Dimbare verlichting maakt een ruimte flexibeler. Overdag wil je helder werklicht, ’s avonds liever warm en zacht. Met een LED-dimmer regel je die sfeer in een draai. Alleen kan LED dimmen gevoelig zijn. Flikkeren, een bromtoon of lampen die niet helemaal uitgaan, komen meestal door een verkeerde combinatie van lamp, driver en dimmer.
Waarom LED dimmen anders werkt
Bij een gloeilamp betekende minder stroom minder licht. LED-lampen hebben elektronica nodig om de stroom te regelen. Die elektronica moet goed samenwerken met de dimmer. Als dat niet zo is, zie je storingen vooral bij lage standen of wanneer je meerdere lampen op één dimmer hebt.
Veelvoorkomende klachten zijn:
– flikkeren of knipperen
– zoemen of brommen
– beperkt dimbereik
– lampen die nagloeien of niet uitgaan
Fase-aansnijding en fase-afsnijding
De meeste wanddimmers werken met fase-aansnijding of fase-afsnijding. Bij fase-aansnijding wordt het begin van de wisselspanning afgeknipt. Dit type komt veel voor in oudere installaties en kan met sommige dimbare LED-lampen prima werken.
Fase-afsnijding knipt juist het einde van de sinus af en geeft vaak rustiger gedrag met moderne LED-drivers. Zeker bij lagere dimstanden levert dit vaak een stabieler lichtbeeld op en minder kans op bijgeluiden.
Minimale belasting en dimbereik checken
LED verbruikt weinig watt. Daardoor haal je met een paar spots soms niet de minimale belasting die een dimmer nodig heeft. Waar je vroeger met drie halogeenlampen al snel boven de 100 watt zat, kom je met LED misschien uit op 12 tot 20 watt totaal. Sommige dimmers gaan dan knipperen, schakelen onrustig of blijven net niet helemaal uit.
Let daarom op:
– minimale en maximale belasting
– expliciete vermelding dat de dimmer geschikt is voor LED
– instelbaar dimbereik of afregeling
Voor een gerichte vergelijking van modellen die hierop zijn afgestemd, helpt het om te kijken naar een passende ecodim dimmer.
Snelle checklist voor de juiste combinatie
- Controleer of de LED-lamp dimbaar is (op de lamp of verpakking).
- Tel het totale wattage van alle lampen op dezelfde dimmer bij elkaar op.
- Controleer of de dimmer bij dat wattage past en de minimale belasting haalt.
- Bepaal of je fase-aansnijding of fase-afsnijding nodig hebt.
- Test het dimmen van net aan tot bijna uit om het dimbereik te beoordelen.
LED dimmerproblemen oplossen
Heb je al een dimmer en ervaar je flikkeren of brommen? Vervang dan niet meteen alle lampen. In veel gevallen is de dimmer de zwakste schakel, of staat de afregeling niet goed.
– Controleer eerst of alle aansluitingen stevig vastzitten.
– Probeer een dimmer die specifiek voor LED is ontworpen en geschikt is voor het type driver in je lampen.
– Stel, als dat kan, de minimale en maximale stand af zodat de lamp stabiel blijft, ook op lage stand.
Als je snel wilt filteren op geschikte varianten, past een led lamp dimmer bij het kiezen van een model dat op LED is afgestemd.
Veilig installeren
Schakel altijd de groep uit in de meterkast en controleer of er echt geen spanning meer op staat. Twijfel je over de aansluiting, heb je een wisselschakeling of kom je meerdere draden tegen die je niet kunt plaatsen, laat de installatie dan door een installateur uitvoeren.


